Akaija en Art

Fragmenten

Op deze pagina kun je enkele fragmenten lezen uit het boek Kiezen voor Vrije Keuze, geschreven door Wim Roskam, over Linda die na haar ziekte en overlijden de grote inspirator blijkt achter het Akaija-project en naar inmiddels blijkt ook van groot belang is bij het Two Roads project. Beide projecten beogen de gedachte Wij zijn Eén op Aarde meer accent te geven.

een fragment waarin Amà zich aan Linda toont

(…)
Wat we al een tijd niet meer gedaan hadden vanwege de bloedingen en de stress, waren de visualisaties. Het viel niet mee voor Linda om stil op bed te blijven liggen, maar als ze net wakker was had ze nog niet zo heel veel pijn en dus was dat een goed moment daarvoor. Al bij een van de eerste keren gebeurde er iets heel merkwaardigs.
We begonnen de visualisatie zoals altijd, via de tuin en de heilige fontein met het kristal, naar de steencirkel waar Linda kon gaan liggen en beschenen werd door het licht uit de sterren. Terwijl zij haar ogen dicht hield konden we met elkaar praten, maar natuurlijk geen diepgaande discussie, want ze moest wel bij de les blijven. Meestal hield ik m’n mond om het sterrenlicht uit de Plejaden z’n werk te laten doen en stelde ik zo nu en dan hooguit een vraag om er zeker van te zijn dat ze niet afgedwaald was.
Op een bepaald moment zei ze tegen me: “Er is iets naast me.”
Dat was vreemd. Kennelijk zag ze iets dat niet klopte. Ik had niets genoemd en er was ook geen aanleiding voor haar om nu ineens haar fantasie te gebruiken. Ze probeerde er naar te kijken, maar dat lukte niet goed, zei ze. Ik stelde enkele indirecte vragen om haar te helpen, want een vraag als ‘Wat zie je?’ werkt hierbij niet. Ik vroeg daarom of het een bepaalde vorm had, of het doorzichtig was, of het bewoog. Dat soort vragen.
Precies beschrijven kon ze het niet, maar ze kreeg de indruk dat het niet om een ‘iets’ ging, maar om een ‘iemand’.
Dat was nog vreemder. Ik vroeg haar of het bedreigend was, want daar zaten we niet op te wachten, maar ze zei dat dit goed voelde. Het bleef gewoon bij haar en we kregen er op dat moment niet meer informatie over, dus lieten we het verder maar zo.
De volgende keer diende die vorm zich weer aan en dit keer kon Linda de vorm beter beschrijven en kon ze er zelfs contact mee maken. Het ging inderdaad om een persoon, om een vrouw. Deze vrouw had een heel mooi gezicht, zei Linda na een tijdje, maar ze herkende haar niet. Ze droeg een licht gewaad en had blote voeten, waarmee ze naast Linda in het water speelde.
Kennelijk stond de steencirkel half in zee. Dat had ik nooit geweten, maar ik had er ook nooit naar gevraagd, omdat ik er al die tijd vanuit gegaan was dat die ruim boven de waterlijn stond. Maar nee. Ik had tenslotte alleen de grote lijnen aangegeven van de visualisatie, en hoe Linda alles invulde en beleefde kon ik natuurlijk niet precies weten.
Nu bleek dat er een dimensie bij kwam, want hierover had zelfs Linda geen controle. Dat ontdekten we tijdens een volgende visualisatie, want deze vrouw had zich nog niet laten zien en dus zei ik op een gegeven moment tegen Linda dat ze nu naast haar zat. Maar dat werkte niet. Linda zei dat ze wel de vorm zag van een vrouw, maar dat leek meer een pop. Er zat geen leven in.
Deze vrouw kwam wanneer het háár uitkwam en niet wanneer Linda of ik dat beslisten. We waren heel sceptisch en vroegen ons af of het wel goed was wat er nu gebeurde. We wisten dat er een gevaar in zat om geesten op te roepen en op nog meer problemen zaten we niet te wachten.
Maar Linda zei na een paar keer: “Zij is een vriendin! Ik wilde altijd zo graag een vriendin met wie ik gekke dingen kan doen, met wie ik kan lachen en gek doen. En dit is een vriendin.”
Opvallend was dat niet alleen Linda, maar ook ik heel blij werd als deze vrouw er was. Vreugde die zelfs ik kon voelen! We hadden contact hadden gekregen met iemand uit… de Lichtwereld. Dat klinkt beladen en ik verwacht niet dat u dit zomaar aanneemt, maar het liefdevolle gevoel, de intense vreugde, het geluk… die waren heel echt en heel sterk aanwezig, vooral in Linda, maar dus ook in mij. Zij maakte ons blij!
Vanaf dat moment zochten we zoveel mogelijk contact met haar, maar als ze zich eens niet liet zien gingen we gewoon door met de visualisatie. Soms ging ze na een tijdje weer weg, maar nooit voordat haar aanwezigheid ons opgebeurd had. Haar aanwezigheid was een Licht voor ons in deze eenzame strijd. We kregen hulp!

Na verloop van tijd kregen we ook haar naam. Eerst dacht Linda aan namen als Martha, Maria of Amelia, maar ineens wist ze het: Amà.
(…)


een fragment waar Igor van zlch laat horen

(…)
Hij bleef nu verder weer in zijn eigen taal praten en zingen, want Igor’s Nederlands was alleen mogelijk geweest omdat Linda toen zo diep in haar gevoel had gezeten. Meestal begrepen we niet waar hij het over had, maar hij bemoeide zich overal mee en was overal van op de hoogte. Ook als hij een tijd niets gezegd had bleek hij wel degelijk te weten wat er gebeurd was en wat Linda en ik hadden gedaan.
Hij wilde van mij dat ik dingen bedacht om hemzelf en Linda te helpen. Hij zag zichzelf niet als een deel van Linda, maar als zichzelf, als Igor. Het ging zijn begrip te boven. Ik bedacht steeds nieuwe dingen om iets tegen de pijn te doen en was daar erg creatief in geworden. Ik had al van alles bedacht, maar bijna alles dat ik bedacht werkte maar een paar nachten. Igor had dat door. Dat merkte ik toen hij op een bepaald moment met Linda’s wijsvinger tegen de zijkant van haar hoofd tikte en mij nadrukkelijk aankeek. “Pièka pièka,” zei hij daarbij. “Pièka pièka!” Hij vond dat ik iets nieuws moest bedenken tegen de pijn, want hij was bezorgd om Linda. Zij had iets nieuws nodig, al zou het maar een paar dagen werken. Dat kon ik, daar was ik goed in, dat had hij gezien.
Op een dag, toen Linda’s pijn erger was dan anders, zei Igor weer iets in zijn taal. Gewoon een opmerking, dacht ik. Ik weet het niet exact, maar het klonk ongeveer zo: “Uzmabè be stokje meijkéja.”
Het was een zinnetje onverstaanbare Uzbekija-klanken, maar één woord erin was verstaanbaar: ‘stokje’. Linda riep opgewonden uit: “Hij zei ‘stokje’! Hoorde je dat? Hij zei ‘stokje’!”
Dat woord ‘stokje’ leidde een eigen leven. Ik moest gelijk denken aan die gekke liedjes die ze in het begin zong, zoals het ‘stikje, stakje, stekje, stokje’, waar we veel plezier om hadden gehad. Maar wat bedoelde hij nou toch met ‘stokje’? Hij wilde ons iets vertellen, want terwijl Linda en ik dit overlegden kwam hij er paar keer tussendoor en herhaalde diezelfde zin. We kwamen er op dat moment niet uit.
Voor het slapengaan behandelde ik haar altijd met de Egyptische ankh, omdat ze daar rustiger van werd. Toen ik daar weer mee bezig was herhaalde Igor ineens diezelfde zin, maar nu hoorden we twee bekende woorden: “Uzmabè be stokje ankh.”
We vonden het wel grappig, want kennelijk was hij Nederlands aan het leren. Maar toen zei Linda: “Hij wil dat je mij met de ankh behandelt. Hij maakt zich zorgen over me.”
Hij begreep maar al te goed wat ik deed en kennelijk probeerde hij Nederlands te leren! Maar een paar dagen later ging hij nog een stapje verder. Ik weer bezig Linda te behandelen met de ankh toen hij Linda overnam en allerlei onverstaanbare dingen zei en daar gebaren bij maakte. Ik snapte er niets van en was blij toen Linda er zelf tussendoor kwam. Zij begreep het wel en ze zei: “Hij bedoelt dat je het niet goed doet. Je moet de ankh anders vasthouden.”

Oo! Ik was verbaasd. Wist hij nou ook al hoe je met een ankh moet behandelen?

“Laat hij het dan maar voordoen,” zei ik.
Linda kon zelf niet bepalen wanneer Igor haar overnam, maar ik had ontdekt dat ik dat kon uitlokken door enkele klanken in zijn taal te zeggen en dus zei ik: “Keme mish mish Uzbekija”.
Dat werkte en ze reageerde direct als Igor. Ik hield de ankh omhoog en vroeg in gewoon Nederlands: “Hoe moet ik de ankh dan vasthouden? Doe het eens voor.”

Vanaf dat moment kreeg ik een half uur lang les hoe ik de ankh moest vasthouden en hoe ik de bewegingen moest maken. Hij nam soms mijn hand vast, hetgeen heel anders voelde dan wanneer Linda dat deed, en duwde de ankh op een bepaalde manier in mijn hand. Het viel me op dat ik vooral veel respectvoller moest werken met dit instrument. Dat ik hele rustige, langzame bewegingen moest maken en daarbij bepaalde bogen moest beschrijven. Hij had gelijk, want ik hield de ankh altijd gewoon stevig vast bij de benen, niet moeilijk over doen, maar dat was dus helemaal fout. Hij pakte m’n hand vast, opende m’n vingers en legde ankh schuin op m’n geopende hand. Toen duwde hij alleen mijn duim over het centrale deel van ankh heen. Heel losjes en respectvol. Daarna bewoog ik de ankh langs haar lichaam, maar ook dat deed ik niet goed. Ik bewoog te snel, terwijl ik dacht dat ik het al rustig deed. Maar nee… ik moest de beweging al van ver buiten haar lichaam inzetten, langzaam naar haar toe bewegen en heel langzaam, op een afstand van enkele centimeters, langs haar hele zijkant bewegen, zonder te stoppen, en tenslotte de ankh weer langzaam buiten haar aura brengen. Het viel me op dat ze dit uitstekend verdroeg, want ik kon al maanden met de ankh niet binnen een halve meter bij haar komen, anders verergerde de pijn juist. Steeds als hij iets had uitgelegd of had voorgedaan deed ik het na en keek hij, terwijl Linda weer plat lag, nauwlettend uit z’n ooghoeken of ik het wel goed deed. Soms legde Linda er tussendoor iets bij uit, maar meestal was dat niet nodig, want ik begreep hem heel goed.

Heel bizar om les te krijgen van iemand uit het verre verleden, in een taal die ik nog nooit gehoord had, komend uit de mond van m’n doodzieke vriendinnetje, die zich hier nog nooit mee bezig gehouden had. Leg dat maar eens uit.

Maar ik voelde direct… zo werkte het veel en veel beter. Reiki, magnetiseren, instralen, werken met de ankh zijn tenslotte allemaal behandelingen die gebruik maken van goddelijke, universele energie. Dat was het belangrijkste dat hij me duidelijk maakte: wees respectvol wanneer je hiermee omgaat en doe het dan met volle overtuiging. En twijfel niet, want je kunt het!
(…)


één van de vele overdenkingen

(…)
Het kunnen loslaten van emoties is heel belangrijk, want een ziekte als kanker heeft ook te maken met een ernstig geblokkeerd gevoel. Niet dat een gevoelsblokkade automatisch tot kanker leidt, uiteraard niet, maar het kan wel versterkend werken. Als dat gevoel door de ellende van de situatie, door de confrontatie met de eindigheid en de zin van het aardse bestaan, door pijn, door doodsangsten en wat al niet, wordt opengebroken komen de emoties los en dan lijkt het hele ziekteproces nog veel erger te worden. Vaak krijgen mensen dan allerlei pijnstillers en middelen om die emoties te onderdrukken. Maar eigenlijk is het een uiterst belangrijke stap in de goede richting. Nou hadden de mensen met kanker die bij Jacob kwamen meestal al een hele ellendige periode achter de rug, met chemokuren, operaties, bestralingen en vele teleurstellingen. Door het ziekenhuis waren ze soms zelfs opgegeven. In zo’n situatie worden mensen als bijverschijnsel diep in hun gevoel geraakt en komen de emoties gegarandeerd los.

Linda en ik deden het andersom: wij gingen eerst naar Jacob toe. Veel ziekenhuisellende hadden wij niet achter de rug en dus zat het deksel op die emoties nog stevig op z’n plek. Hoe vaster zo’n deksel zit, hoe meer ervoor nodig is om het los te maken en dàt was wat mij verontrustte. Ze had zich al die tijd zo goed beheerst, zelfs het eerste half jaar met al die bloedingen. Wat ligt hier nog onder, had ik me wel eens huiverig afgevraagd.

Pas de enorme dreun die Doctoor in april uitdeelde raakte haar zodanig in haar ziel dat ze de controle over haar emoties verloor. Boosheid, pijn, verdriet, frustraties gingen hand in hand en zittend in haar stoel stroomden de tranen over haar wangen. Vaak moest ik denken aan Jacob’s woorden: “Heb je al gehuild?”

Niet een paar dagen of een paar weken, maar maandenlang. Zóveel dat ik me serieus zorgen maakte of ze niet genoeg water binnenkreeg gezien alle tranen die overvloedig uit haar ogen en haar neus stroomden. Troosten kon ik haar niet, het was onbegonnen werk. Het kon haar niets meer schelen dat ze huilde, hoe ze eruit zag, wat ik ervan dacht, wat haar ouders dachten, wat iemand aan de andere kant van de telefoon ervan dacht. Ik kon alleen maar tegen-haar-aan-praten. Ze hoorde me en ze reageerde soms wel, maar naar wat mijn woorden precies met haar deden kon ik slechts gissen.

Had ze nu onder behandeling van specialisten gestaan dan had zij ongetwijfeld zware pijnstillers en een heel scala aan kalmeringstabletten en anti-depressiva voorgeschreven hebben gekregen. Niemand wil pijn lijden en geen mens kan het aanzien dat zijn of haar geliefde pijn lijdt. Ook een specialist wil dat niet. Maar ik ben ervan overtuigd dat Linda’s diepe verdriet dan weggestopt zou zijn, deskundig onderdrukt door synthetische middelen, om er misschien pas in een volgend leven weer uit te kunnen komen. We hadden, onbewust van waar we aan begonnen, niet zomaar voor deze weg gekozen, want diep van binnen wisten we dat dit de juiste was.

Doctoor speelde een belangrijke rol hierin, zonder zijn handelen goed te willen praten. Iedereen speelt een rol in elkaars levensplan, en is door onszelf, samen met onze gidsen uitgekozen, doelbewust, met alle goede èn slechte eigenschappen. Als je dit ingenieuze kosmische plan gaat zien, al is het maar een fractie ervan, dan ga je beseffen dat veroordelen totaal geen zin heeft, want we zijn allemáál op weg. Dan ontstaat er een gevoel van saamhorigheid met iedereen. Wij zijn Eén!

Toch was het maar goed dat er aan het begin van Linda’s ziekte niet iemand met een tv-scherm stond om ons beelden van de toekomst te tonen. Of we dan nog steeds voor deze weg hadden gekozen? Hoe dan ook, als Linda’s pijn door sterke reguliere medicijnen was onderdrukt, zouden we nooit hebben meegemaakt wat ons nu te wachten stond…

Want hiermee begon het… doordat haar gevoel zó hardhandig was opengebroken dat haar remmen totaal waren verdwenen. Ze begon op sommige momenten rare woorden te uiten, die zomaar uit de lucht leken te vallen.
(…)


een dilemma waar je op alternatief gebied mee te maken kunt krijgen

(…)
Want als Doctoor niet was wie hij was en als Fiona en Bianca mensen voor de gek hielden, dan waren we met open ogen in een klassieke val gelopen, waar altijd zo voor gewaarschuwd wordt. Een bewijs van het gelijk van iedereen die tegen alternatieve en spirituele zaken is. Wie kon ons garanderen dat dit, communiceren met een wezen dat op Aarde niet bestond, niet precies hetzelfde was? Was Amà een engel of was ze een duivelse entiteit? Of was zij niets meer dan een product van Linda’s fantasie? Hoe konden we het zeker weten? Wie kon ons adviseren? Moest ik haar tegenhouden? Begingen we weer dezelfde fout?

Ik kon maar één ding bedenken waarmee ik kon proberen onderscheid te maken tussen goed of fout en dat bepalend laten zijn of ik hierin mee wilde gaan: welke rol speelt Liefde in dat wat er gebeurt? Worden de dingen gezegd vanuit Liefde? Of zit er een bedoeling achter? Maar dan nog… hoe kon ik dat te weten komen? Hoe kon ik onderscheid maken tussen werkelijk liefdevolle woorden en daden, en al het andere waarbij er geen sprake is van echt onvoorwaardelijke Liefde? Hoe weet je of iemand het goed met je voor heeft? Hoe weet je dat je misleid wordt? Hoe weet je dat iemand zuiver is? Die vragen hielden me altijd al bezig, want vergeleken met de ‘reguliere’ wereld, waar alles wettelijk ‘gereguleerd’ is door opleiding en bevoegdheden is er in de zogenaamde ‘alternatieve’ wereld geen sprake van een eenduidige standaard.

Maar ook voor de reguliere wereld is die vraag relevant. Voor ons was juist die vraag bepalend geweest voor onze eerste beslissing om al of niet op de voorstellen van het ziekenhuis in te gaan. Als wij het gevoel hadden gehad dat het ziekenhuis en alle mensen erin werden geleid vanuit Liefde en vanuit Liefde beslissingen namen voor Linda, dan hadden we zeer waarschijnlijk de operatie door laten gaan en waren wij niet zo extreem onze eigen weg gegaan. Linda zou dan veel minder bang geweest zijn voor een operatie. Maar dat gevoel hadden wij toen niet en later ook niet. Niet dat de mensen afzonderlijk niet liefdevol waren, want natúúrlijk er werken heel veel mensen in de reguliere gezondheidszorg die vanuit liefde voor andere mensen besloten hebben om arts of verpleger te worden. Maar als geheel kwam het reguliere circuit uiterst steriel en liefdeloos op ons over en juist liefde had iemand als Linda heel hard nodig.

Zoals gezegd: Linda liet zich ook leiden door angst en angst is absoluut geen goede raadgever. Haar angst was gevoed door verhalen van mensen met slechte ervaringen in het reguliere circuit en wat er met haar broer Arjen was gebeurd had er flink aan bijgedragen. Diezelfde angst was er de oorzaak van dat we ons zo hadden overgeleverd aan iemand als Dottore. Wij hadden het zelf gedaan!

Ik besefte dat mijn beslissing hier al dan niet in mee te gaan niet gebaseerd mocht zijn op angst, dus dat ik bereid zou moeten zijn ook alles onder ogen te zien, ook dat wat ik liever niet wilde horen en met die informatie ook iets te willen doen. Luisteren naar je gevoel, betekent àlle wegen, àlle opties onder ogen te willen zien, en je blik niet te laten vertroebelen door angst, verlangen, hebzucht, boosheid, om er maar een paar te noemen. Dan ga je je gevoel zuiver maken. Maar dat betekent dat je àlle opties in overweging dient te nemen: degene die je nièt wilt horen èn degene die je juist wèl wilt horen. En niet altijd te denken: “Dit is slecht nieuws, dus dan zal het wel kloppen.” De typische houding van een zwartkijker.
(…)


over de Akaija in ringvorm?

(…)
Nu ik zeker wist dat ik op de goede weg was, begonnen er in m’n hoofd andere dingen mee te spelen. Hoe zit dat eigenlijk met ringen en overledenen? Kun je aan een overledene, iemand in de Lichtwereld, een ring aanbieden? Hebben ze daar nog steeds iets met ringen? Zijn ringen niet iets van de Aarde, aardse materie? Liefde is toch iets universeels en als je, zoals Linda in de Lichtwereld, een ring zou gaan dragen, vooropgesteld dàt ze dat zou doen, liet zij toch juist zien dat zij zich nog niet aan de Aarde, aan de materie ontworsteld had? Moest zij niet, net zoals ik hier op Aarde, ‘loslaten’? Dat is toch zo belangrijk? Dit leek daar niet echt op. Dus hoe zit dat nou? Enne… uiteraard… zoiets als samenwonen zat er vast niet meer in. Vragen dus…

Natuurlijk, ik weet wel dat in de Astrale Wereld trouwen nou niet bepaald zinvol is. Maar dàt is dit niet. Verbondenheid. Maar nog meer. Ik weet het niet precies. Er zit denk ik nog iets achter.
Ik heb Amhirez, mijn gids, gevraagd om me te beschermen tegen te vergaande ideeën die in mijn hoofd opkomen, want ik vraag me nu af wat er kan, wat ik mag, wat je voor ogen hebt. En hoever kun je/mag je daarin gaan zonder… rare dingen te doen.
Maar ik ben heel blij met je aanzoek. Dat had ik nooit verwacht.

Het duurde een paar dagen voor ik wist hoe de ring, waarvan ik een heel duidelijk gevoel had, eruit moest komen te zien. Dat was iets dat ik niet gewend was. Vroeger, als ik een tekening wilde gaan maken, zat ik vaak lang te piekeren met een groot stuk wit karton voor me. Uiteindelijk kwam ik altijd wel op een idee en kon ik dat goed uitwerken, maar vooral in het begin ging dat moeizaam. “Dat is normaal,” dacht ik.

En nu… ik had een bepaald gevoel over deze ring. Wat ik deed was niets anders dan zoeken naar diè vorm die precies klopte bij dat wat ik voelde, die dat gevoel zo goed mogelijk uitdrukte, en om de een of andere reden lukte dat heel makkelijk. Ik hoefde niet eindeloos te piekeren. Het getal vijf vond ik belangrijk, net als goud en zilver, omdat ze een yin-yang principe vertegenwoordigen. Het moest een kosmische ring worden en ik kwam op het idee om de sterren uit het universum te symboliseren door kristallen in de vorm van de melkweg. De hele ring was in feite een spiraal, zonder begin en zonder eind. Experimenterend met ijzerdraad en gebruikmakend van de computer, probeerde ik uit of dit idee haalbaar was en tot m’n verbazing vond ik oplossingen voor elk probleem. Sneller dan verwacht was het ontwerp klaar. Maar nu?
(…)