Akaija en Art

1 – Eerste indrukken

Siem Reap, Cambodja, donderdag 1 februari 2018

Hallo allemaal,

Wel, die nieuwsbrief van ruim 3 weken geleden heeft effect gehad. Wat ben ik blij dat ik niet een paar dagen voor onze reis nog snel even dat bericht ‘de deur uitgedaan’ heb. Ik verwachtte, zoals meestal na een nieuwsbrief, twee of misschien drie bestellingen. In plaats daarvan zag ik me gedwongen om dagen voordat we op het vliegtuig stapten, de webshop min of meer dicht te gooien, zodat ik ook nog toekwam aan iets anders dan Chrams met gouden balletjes polijsten. Geweldig dus!

En daar zitten we dan… vlakbij de Angkor tempels in wat je noemt het Verre Oosten, een plek waar we normaal gesproken geen belangstelling voor zouden hebben gehad. Cambodja stond in elk geval niet op mijn ‘bucket list’. Maar het leven neemt wel meer wendingen die je niet voorziet en dus zaten we gisteren in het vliegtuig naar Bangkok. Mijn grootvader was daar ook al eens geweest, misschien wel vaker dan eens. Hij was een zeeman, een echte! Hij voer zelfs nog op de laatste zeilschepen van de Nederlandse marine eind 19e eeuw en verteld in z’n dagboek over zijn nachten op de uitkijk in het kraaiennest en de sterrenhemel. Hij schrijft ook dat hij vooral de bars van Bangkok zo bijzonder vond. En ik denk dan: “De bars van Bangkok? Of all places?”

Bangkok1-shuttlebusBangkok is sindsdien iets verder uitgegroeid, want wij moesten van Bangkok International naar Bangkok Domestic, een rit van 40 kilometer waar de shuttlebus 2 uur voor nodig had. Twee uur in de 8-baan. Nee, óver de 8-baans autobaan, en we zijn al die tijd in de bebouwde kom van Bangkok gebleven. Letterlijk gesproken kun je nágaan hoe groot Bangkok is. Voor mij was dat genoeg… ik hoef Bangkok van m’n leven niet meer te zien. Maar over een week komen we hier nog terug en gaan dan zelf autorijden, op doorreis naar een ander tempelcomplex: Sukothai in het noorden van Thailand. Maar dat komt straks aan de orde.

In Domestic kwamen we de Aziatische tegenhangers van Ryanair en Easyjet tegen. Hier zijn dat AirAsia en Lion, die vinden dat tegenwoordig iedereen kan vliegen. Vraag maar de piloten.

Vanuit de lucht ziet Cambodja er interessant uit.

ThailandCambodjaMapHet lijkt niet alleen groen op Google Earth… het is groen. Het regent er veel, en vanuit de lucht zie je dan ook veel water, veel bossen, en ten dele ziet dat er zelfs nog redelijk ongerept uit. Bijna geen wegen, weinig huizen en grote stukken waar je geen vierkante landbouwgronden ziet, maar juist grillige vormen. Als je de natuur haar gang laat gaan zijn verdwijnen alle rechte lijnen. Zoals Spock het ooit zei: onbeperkte combinaties en eindeloze verscheidenheid. Ik mag ‘m wel :-).

Vanuit de lucht een goede indruk. Maar vanaf de grond dan?

Siem Reap is niet de hoofdstad van Cambodja, maar wel het dorp dat door de tempels van Angkor – de restauratie ervan begon 25 jaar geleden – uitgegroeid is tot een voor Cambodja redelijke stad, met een eigen luchthaven om alle vooral Chinezen te kunnen ontvangen, want die zijn hier volop te vinden. Wat ons, rondkijkende vanuit tooktook op weg naar Shelby’s Treehouse waar we deze week zullen verblijven, opviel was dat het straatbeeld op een aantal punten contrasteerde met dat van Indiase steden.

  1. Het is chaotisch en druk, maar… er wordt niet getoeterd. Sterker nog… het verkeer maakt bijna geen lawaai! Even vroeg ik me af of het dan electrisch reed. Daar beginnen we in Nederland al wat aan te wennen met alle e-bikes en hybrid cars. We moeten het nog even navragen bij Carl en Helen, de guesthouse eigenaars, maar het lijkt erop dat hier een wet geldt: Knalpotten verboden! Hoe dan ook, ze maken nauwelijks herrie. Alleen de tooktook knorren nog wat. Wat een verademing vergeleken bij India, waar we gewoon gek werden van alleen al de herrie op straat.
  1. straatbeeld_SiemReapHet is hier redelijk groen, dus veel bomen in het straatbeeld. Je hoort zelfs vogels. Heerlijk. Goed teken. Dat betekent ook dat er vermoedelijk minder insectentuig te vinden is, want die worden indirect door vogels, die van bomen houden, afgeremd.
  2. De mensen zijn, zoals ons al werd verteld, werkelijk vriendelijk. Het doet hier erg veel denken aan Vanuatu, waar de mensen ook veel glimlachen en elkaar met respect bejegenen.
  3. Er zijn opvallend veel jonge mensen hier, maar heeft een reden, waar ik later nog wel op terug kom.
  4. Ondanks dat sommige dingen er armoedig uit zien, heb je niet de indruk van een land in armoe. Qua natuur is dit een rijk land, en waar veel natuur is zijn ook voor de mensen veel mogelijkheden. Het is misschien een gewaagde uitspraak van me, maar ik denk dat als je, letterlijk gesproken, op straat zou komen te staan, je in een land als dit meer mogelijkheden hebt om in leven te blijven dan als je dat in Europa zou overkomen. Val me er niet op aan, het is gewoon een gedachte van me die me intrigeert: stel dat… Want hoe rijk een land is meet ik voor deze overdenking niet af aan het Bruto Nationaal Product en het gemiddelde inkomen, maar aan andere factoren. Hoe gaan de mensen met elkaar om? Hoeveel natuur is er? Hoeveel lawaai is er? Kun je er gelukkig zijn? Zou iemand die alles verloren heeft er zich kunnen redden? Ofwel… hoe saamhorig is de samenleving, qua mensen, land en natuur?

Onze eerste indruk is een positieve… Het is een land in opbouw, waarbij het weliswaar wat chaotisch overkomt, maar dit relatief rustige straatbeeld had ik niet verwacht. Mensen hebben wellicht geen geld voor auto’s, maar… waarom zou je hier een auto willen? De straten zijn er niet op berekend en je kunt je veel sneller verplaatsen met een scootertje. Nu nog even overschakelen op e-scoots die je met zonnecellen kunt opladen en je bent zelfs onafhankelijk van benzine. Lijkt me wel wat!

Wat valt ons verder nog op? Eerste indrukken vallen je na een paar dagen niet meer op tenslotte.

Er lopen hier overdag veel honden rond en ik zag eerst helemaal geen katten. Vreemd, dacht ik. Hebben de honden….? Deze honden zien er vrij redelijk uit… niet ideaal, maar ze lijken allemaal ergens thuis te horen en wat me opviel, de eerste nacht hier, was dat er geen blaffende en vechtende hondenroedels door de nachtelijke straten trokken, hetgeen ik in Indonesië meegemaakt had. Bij het zien van de vele honden verwachtte ik dat, maar dat viel dus mee. Wat we wel horen zijn de nachtelijke kattenacties. Die zijn hier dus wel degelijk, alleen niet zozeer overdag.

kruiden_aan_prikkeldraadDe Cambodjanen lijken, zoals Marianne al gelezen had, inderdaad wat behoudend. Toeristen zie je vaak met blote lichaamsdelen lopen, maar de Cambodjanen niet echt. Ze lijken ook wat terughoudend om elkaar openlijk genegenheid te tonen. Nou is Nederland daarin nogal vrijgevochten natuurlijk, misschien wel iets ‘te’.

Wat ook opvalt is het respect betonen aan elkaar. In plaats van ‘tot ziens’ brengen ze hier de handen vlak voor hun gezicht kort tegen elkaar en met een kleine hoofdbuiging of hoofdknik naar je toe. Dat, zo hoorden we van Helen en Carl, is een niet zo heel oude gewoonte. Vroeger betuigden de mensen zo hun eerbetoon (of onderdanigheid?) aan de koninklijke familie van Cambodja. En het mooie is…. ze doen het nu ook voor elkaar. Ze zijn dus niet onderdanig, maar juist respectvol naar elkaar. Hoe hoger je daarbij je handen houdt en hoe duidelijker de hoofdbuiging geeft de mate van…. aan. Toen hoorden we iets dat ons even op onze plek wees…. ai… Noj, de vrouw die hier de huishoudelijke taken op zich genomen heeft, maakte dit gebaar naar ons toe ook, waar Carl en Helen bij waren. Ze zeiden dat ze haar dat nog nooit tegen iemand hadden zien doen. Maar wat wil het geval…. Alle eerdere bezoekers hier zijn jonge(re) mensen. Het is hier meer een backpackers-hotel dan een sjiek Chinezenresort, dus komen er veel jonge mensen. Tegen die mensen maakt zij, als wat oudere vrouw, dit gebaar niet. Tegen ons wel. Hmm…. zegt dat iets over hoe uh… oud wij al zijn? :-).

Maar ze vergoeilijkten het mooi: “Jaa, maar jullie hebben een jonge energie hoor!”

Hier is nog een videootje van ons onderkomen in Cambodjaanse stijl: Uncle Shelby’s Treehouse.

.

Deze pagina is ook beschikbaar in: Engels